Tijdens de Laat-Romeinse tijd hadden de Franken als bondgenoten van de Romeinen de dagelijkse leiding overgenomen.
De weinige mensen die er leven in onze regio proberen het harde bestaan te continueren. Door de ontginningen in het westen van het land, weet de zee binnen te dringen. Ook in Houten moet het landschap behoorlijk nat zijn geweest. Bewoning lijkt zich alleen te manifesteren op de hogere delen, zoals in Loerik.
In het jaar 486 worden de Franken definitief onafhankelijk van de Romeinen. Houten is dan al een soort niemandsland tussen de Franken en Friezen. Onze regio is moerassig (Schalkwijk) en bosachtig (Houten). In de 6e eeuw wordt de Friese invloed groter dan de Frankische invloed. Anderszijds beschouwen de Franken het als hun gebied. Snelle ruiters trekken soms ongehinderd de regio binnen.
Aan het begin van de zevende eeuw ontstaat Dorestad, waar veel Friese handelaren zijn te vinden.
De Friezen voeren in die tijd intensieve handel met o.a. Engeland en Scandinavië. Ze doen daarbij ook aan gebiedsuitbreiding in het rivierengebied, zodat ze hun handelswaar kwijt kunnen richting het het binnenland. Via de Rijn dringen ze het binnenland in. Fresdore (Vreeswijk) en Dorestad zijn handelsplaatsen.
De Franken vinden dat 'hun' Dorestad teveel onder Friese invloed is gekomen. Rond het jaar 630 komt de Merovingische koning Dagobert I (Franken) naar onze streek. Hij brengt Utrecht, Dorestad en het Kromme Rijngebied onder Frankisch gezag.
Rond 650 trekken de Friezen de streek binnen. Het slaan van Frankische munten in Dorestad stopt (bron). Een Friese periode breekt aan.
Sporen in Houten
In Houten zijn sporen gevonden uit dit tijdperk. Bewoning kwam voor in Loerik (het gebied tussen de Heidetuin en de Bloesemtuin) en in Tiellandt (De Slagen). Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld Merovisch aardewerk gevonden. Op de Hoogdijk werd ten oosten van het latere Westrum een graf ontdekt van een vrouw uit de 7e eeuw.
Slag bij Dorestad
In de periode 688 tot 695 slaan de Franken flink terug. Zo vindt in 689 de slag bij Dorestad plaats en komt Dorestad onder Frankisch bestuur. Utrecht zou tot 696 onder Friese invloed blijven.
Na het overlijden van Pepijn II van Herstal op 16 december 714 ontstaat er onrust in het Frankische Rijk. De Friezen zien daarop mogelijkheden om de regio opnieuw te bezetten. Bij de Bloesemtuin is bijvoorbeeld een Friese munt van na 710 gevonden.
De Franken
(Karel Martel) keren in 719 terug en veroveren definitief Utrecht en de omgeving. De Franken werden daarbij geholpen door het overlijden van de al jaren ziekelijke Friese koning Redbad.
| 486 | Franken onafhankelijk |
| 490 | Christendom bij de Franken |
| ±610 | Ontstaan Dorestad |
| 630 | Franken brengen structuur |
| 650 | Friezen grijpen de macht |
| 689 | Slag bij Dorestad |
| 715 | Friezen slaan terug |
| 719 | Franken verslaan Friezen |
| 734 | Franken veroveren delen Frisia |
| 772 | Frisia totaal veroverd |